Dinsdagochtend vroeg vertrek ik om 7 uur richting het Hluhluwe (‘sluu-sluu-ie’) national park. Dit is een van de ‘game parks’ waar je wilde dieren kan bekijken zoals neushoorns, zebra’s, giraffen etc. De bekendste is het Kruger Park. Het is een eind rijden, bijna 4 uur. Het verkeer is hier anders dan in Nederland. De wegen zijn in prima staat. Bij Durban is het spits, en sta ik meerdere keren in de file. Daarna begint een soort niemandsland van 300 km lang. De weg verandert langzaam van een 3 baans weg naar een 1 baansweg. Er rijden veel vrachtwagens, maar als je er aan komt dan gaan ze vaak even op de vluchtstrook rijden, zodat je er langs kan. Dat is een erg mooie uitvinding uiteraard. Helaas lopen en fietsen er hier constant mensen over de vluchtstrook, vrijwel exclusief ‘colored people’ overigens, en dat betekent dat de vrachtwagen onverwachts weer de gewone baan op kan schuiven. Voorzichtig rij ik de 4 uur naar het park, af en toe een tussenstop bij een tankstation houden. Uiteraard steeds de auto volledig op slot en je spullen eruit, al ga je er maar 1 minuut uit, ik ben wel 10 keer gewaarschuwd dat je op moet letten.
Rond 11 uur ben ik in het park. Op de 5 km weg naar het park toe rijd ik al bijna een kudde herten plat, dus ik zit goed. Opvallend is helaas ook dat de mensen die hier wonen bijzonder arm zijn. Geen stroom, slechte, kleine huisjes, en ik zag op meerdere plekken een waterpomp met een rij mensen met emmers om water op te halen. En ondertussen rijden de rijke (blanke) mensen er tussendoor om de wilde beesten te bekijken. Ik blijf het contrast raar en confronterend vinden.
Het park inrijden voelt alsof je Jurassic Park in rijdt. Je gaat door meerdere, onder stroom staande, hekken, er staan veel borden met waarschuwingen voor wilde beesten. Laat het avontuur maar beginnen denk ik enthousiast, terwijl ik om me heen kijkend rustig (je mag maar 40km/h) het park door rijd. Dat valt echter een beetje tegen.
Na 20 minuten rijden en geen beest gezien te hebben vraag ik me af of het wel helemaal goed gaat. Ik besluit dan maar naar de ‘hilltop’ te rijden, even wat eten en kijken waar die beesten dan precies zitten. Ik eet een hapje, en kijk op de borden waar het te doen is, en rijd na een half uurtje weer verder, de richting op die het bord aan gaf.
Ik rij en rij, kijk maar om me heen, maar zie werkelijk geen enkel dier. Het uitzicht is wel zeer spectaculair en het is heerlijk weer, dat scheelt, maar ja, ik kom hier toch voor die dieren. Waar is die olifant of neushoorn dan? Ik rij een klein paadje af en zie een mini krokodil liggen. Leuk, maar ja, als dat alles is..
Na 3 uur autorijden besluit ik Michel en Tamara eens te gaan bellen. Het bereik is slecht in het park maar op een heuvel werkt de mobiele telefoon. Zij reageren verrast. ‘Dit is nog nooit gebeurt, de dieren zitten normaal gesproken echt overal!’ Aarg! Ik vraag aan een ranger die ik tegenkom waar wat te zien is. Niet alleen kan ie nauwelijks engels, hij komt blijkbaar uit een ander park ook nog. Waarom rijd je hier dan rond met je ranger wagen vraag ik me af. Zucht.
Ik rijd weer een stuk, terug richting de ingang, en eindelijk; wilde dieren!! Eerst een kudde herten, daarna twee neushoornen, en vervolgens stuit ik op een kudde ‘wildebeest’. Het zijn er zelfs zoveel dat ik volstrekt niet meer door kan rijden. Overal om me heen zitten ze. Een stukje verderop kom ik een paar giraffen en zebra’s tegen, en zwijntjes. Hier ben ik voor gekomen!
Ondertussen is het wel half 6, en ik moet nog 4 uur terug rijden. Het wordt donker, dus ik rijd maar eens naar de uitgang. Nu zal ik 4 uur moeten autorijden door het donker, over deze snelwegen met slecht zicht. Maar het lukt, en rond 9 uur ben ik weer bij het huisje van Jackie. Een lange dag, maar een heel bijzondere ervaring!
Weer veilig thuis. Geweldige ervaring rijker!!Groet.Glenn