Hier was ik voor het laatst:

Het leven in Uganda is goed, als je maar niet ziek bent

In hoog tempo gaan we dinsdag langs een aantal projecten waar Be More ondertussen aktief is of kennis mee wil maken. Van een straatkinderen opvang tot een ‘metal work shop’ geheel opgericht en gerund door gehandicapten. Lang twee ‘nurseries’, basisscholen, de een een stuk luxer dan de andere. Overal worden we uitgebreid en hartelijk welkom ontvangen. Het ‘you are welcome’ is niet van de lucht. Omdat Jeroen en Michel de gesprekken voeren en ik vooral zit te luisteren blijkt na een tijdje dat ik naast luisteren nog een rol erbij heb: het invullen van het guestbook. Al ben je maar 3 minuten binnen geweest, dan nog wordt van je verwacht dat je het guestbook invult en vooral ook een comment plaatst. Dat valt nog niet mee als je de voordeur nog niet eens goed bekeken hebt, maar een positieve zin kan natuurlijk altijd, zeker als je gemiddeld kijkt onder welke soms bijzonder slechte omstandigheden deze mensen soms 7 dagen per week hun werk doen.

We sluiten af bij een organisatie die aan AIDS preventie doet, al 23 jaar. We zijn onder de indruk van de professionaliteit waarmee deze organisatie gerund wordt, met een HRM afdeling, duidelijke en expliciete missie en visie, 80 man in dienst en zo te horen een miljoenen budget. Een organisatie van 80 mensen, daar zijn er niet zoveel van hier in Uganda. Aan de ene kant dus erg mooi dat dit ook kan, aan de andere kant is het tegelijkertijd ook heel erg, want dat ze zo groot zijn geworden heeft natuurlijk alles te maken met de grote hoeveelheid AIDS gevallen in dit land.

Na een gezellig avond in Masaka Backpackers hotel, samen met 2 vrijwilligersters die hier ook logeren en een enigszins beschonken eigenaar Jozef, gaan we rond 11 uur slapen, en vertrekken de volgende ochtend naar projecten wat verder buiten Masaka. De eerste is een schooltje, waar we een gesprek hebben met de 4 zeer enthousiaste vrijwilligers die hier zitten. Ze vertellen dat ze het fantastisch vinden. Ze zijn onder andere bezig met een betere watervoorziening, een watertank, want water is hier constant een probleem. Water is er wel, maar dan moet je een eind lopen met een jerrycan, en vooral vrouwen moeten dan weer opletten op verkrachting of erger. Het water is ook vaak vies. De vrijwilligers meldden dat het plannen van dingen niet altijd gaat zoals je zou verwachten. Afspraken met Ugandezen worden zeer makkelijk verschoven, en als je dan te laat komt bij de volgende afspraak buiten je schuld moet je vervolgens weer opletten dat jij toch niet de vraag krijgt waarom je te laat bent. Een cultuurverschil, even wennen.

Als we buiten staan bij de kinderen vertelt een van de vrijwilligers wat over de kinderen. Leuk is het niet. Een aantal hebben een dikke buik, zoals je een beetje kent van TV. Dat is geen teken van geen voedsel, maar een teken van veel te eenzijdig voedsel. De kleren die de kinderen aan hebben zijn zo te zien nog nooit gewassen. Een kindje vermoedt ze van dat het kind polio heeft, en zo’n ziekte is in dit land natuurlijk een grote ellende. Enthousiast en vrolijk zijn alle kinderen wel, binnen no-time zijn we een levend klimrek.

Na dit project bekeken te hebben neemt een van de projecteigenaren, een Ugandees, ons mee naar een nabij gelegen ziekenhuis. Ik was al wat van slag van de kinderen net, maar dit ziekenhuis tart alle beschrijvingen. Er is werkelijk vrijwel niets. Maar wel veel patienten die op een rijtje zitten te wachten. Er is nauwelijks geld, maar 10.000 euro voor alle medicijnen voor een jaar. Watervoorziening is gehalveerd omdat een regenopvang systeem stuk is. Stroom is sowieso onbetrouwbaar in Uganda, en dus had het ziekenhuis zonnepanelen op het dak, maar die zijn gejat. Er worden veel AIDS, malaria en TBC onderzoeken gedaan, maar het keukentje waar dat gebeurt is nou niet bepaald hygienisch te noemen. Er zijn 2 slaapzalen, maar het dak is zo beschimmeld en verrot dat het bijna naar beneden komt. Er staan 3 bedden per slaapzal, maar zonder matrassen, de patienten moeten die meenemen. Er is een dokter maar die is er alleen op vrijdag en zaterdag. Er is een operatiezaal, ziet er (voor Ugandeze begrippen dan) nog best mooi uit, maar bijna geen apparatuur erin, niet eens een bed. Ook dat blijkt gestolen te zijn. We krijgen een rondleiding, en meteen als we ergens verschijnen mogen we ‘voorkruipen’, uiteraard omdat we ‘Mzungus’ zijn, blanken. Echt lekker voelt het niet, en we proberen meerdere keren sorry te zeggen als het weer gebeurt, ondanks dat iedereen die zit te wachten naar ons zwaait of ons groet.

Somber stappen we weer in de auto. Wat kan je hier nou precies aan doen? We weten het niet precies, het voelt wat uitzichtloos. We zetten ons er maar overheen en rijden terug naar Masaka. Voor het middagprogramma staat een bezoek aan een ziekenhuis op het programma waar vrijwilligers zitten. We zijn hier echter in februari ook al geweest, dus ik besluit een middagje relaxed bij het backpackers hotel te gaan zitten. In het zonnetje, met een colaatje, een boek, en even tijd om deze blog te schrijven. Het leven is hier goed. Zolang je maar niet ziek wordt dus.

1 comment to Het leven in Uganda is goed, als je maar niet ziek bent

Leave a Reply