Dinsdagochtend is de eerste presentatie in het hotel zelf. Dat scheelt reistijd. De eerste presentaties gaan over mobiel Internet in Rusland. Mobiel bellen is zeer wijd verspreid in Rusland (130% omdat veel mensen meerdere prepaid kaarten hebben), en er wordt goed mee verdiend. Omdat banken na de laatste crash 10 jaar geleden nu bijna niet meer vertrouwd worden in Rusland, zijn online betalingen een probleem. Een van de oplossingen die ze tot onze verbazing bedacht hebben is ‘pay kiosks’, die overal in Rusland staan. Je stopt er (papieren) geld in, en geeft dan aan wat je wil betalen. Van gasrekening tot internetbetalingen en het opladen van mobiel prepaid kaarten. Dit levert de eigenaardige situatie op dat mensen dus eerst geld pinnen bij een geldautomaat, en dan vervolgens naar het kastje ernaast lopen en het daar weer in stoppen. Maar het werkt prima.

We reizen na de eerste presentaties door naar de St Petersburg State University of Film and Television, naar de afdeling ‘Interactive Arts’. Ik was zeer benieuwd naar de universiteit, en word niet teleurgesteld. Het gebouw zelf is oud en slecht onderhouden. De wc’s vies. Het is tentamentijd, dus overal lopen nerveuze studenten rond. Het gebouw is een dolhof, en overal zijn mensen. We gaan naar de bovenste verdieping en krijgen een prachtige, gepassioneerde presentatie over interactive storytelling. Het gaat over hoe je een goeie verhaallijn krijgt in spelletjes, meestal computerspelletjes. De studenten vertellen allemaal 1 voor 1 hun projecten. Van liefdesdrama’s en persoonlijke relaties tot aan zeer gewelddadige oorlogen. Ze hebben het uitgewerkt, soms in powerpoint, soms complete ‘preview trailers’. De meesten spreken zelden Engels, en ze zijn dan ook zeer nerveus. Gelukkig is er een tolk bij, een studente van een andere afdeling, die het tolken overigens ook voor het eerst doet. De hooglerares die het allemaal opgericht heeft is ambitieus en gedreven.
We worden na de presentaties naar de kelder geloodst, waar een soort opname studio staat om korte films te maken. De universitair docent ter plaatste doet een uitgebreid verhaal over de jeugd die de toekomst heeft, en dat ze meer plezier moeten hebben, en meer naar de ‘club’ moeten, wat door de aanwezige studenten uiteraard met enthousiasme wordt ontvangen.
Het is chaotisch, rommelig, het materiaal waarmee ze werken is slecht, maar de gedrevenheid en passie maakt dat allemaal meer dan ruimschoots goed. Deze afdeling heeft mijn hart gestolen.

We gaan door, naar de Hermitage. De Hermitage is een museum, opgericht in 1764 door Catherine the Great. Door de jaren heen is het museum zeer uitgebreid geworden, en is een extreem pronkstuk geworden, om indruk te maken op buitenlanders. En indruk maken doet het. Leonardo da Vinci, Michelangelo, Rembrandt, Monet, van Gogh, het is er allemaal. En in de ene enorme ruimte na de andere, allemaal in verschillende stijlen, sommige helemaal in het goud, anderen met zuilen, het houdt maar niet op. Onze gids loodst ons in een hoog tempo door het museum heen, af en toe lacht ze om dingen die wij niet helemaal begrijpen, maar dat ligt uiteraard geheel aan ons. Na anderhalf uur beginnen mijn voeten me parten te spelen, en gaat de Hermitage bovendien dicht, dus wij vertrekken naar de uitgang en lopen terug naar het hotel, ondertussen kletsend over wat we gezien hebben, over Internet, over wat we doen, ‘netwerken’, of in normale woorden: elkaar leren kennen. Een leuke groep hebben we, dat concluderen we met z’n allen al snel.
Terug in het hotel hebben we nauwelijks tijd en gaan in 1 keer door naar het Tsar restaurant. Leuk restaurant en erg lekker gegeten. De WC is bijzonder: een soort troon, maar dan als WC, dat zit toch anders. Rond 12 uur zijn we weer in het hotel, en ik val opnieuw in een diepe slaap, zonder last te hebben van de ‘white nights’: het feit dat het hier nauwelijks donker wordt in de zomer.
