Zuid-Afrika is Afrika, maar geen Uganda. Zuid-Afrika is anders. Op het moment dat we landen en uitstappen merk ik het eerste verschil al: warmer. En vooral veel vochtiger. Gadverdamme. Daarna de vluchthaven, zowel die van Johannesburg als van Durban. Uiterst chique, overal reclame, monitors met duidelijke informatie, alles glanst, nette wc’s. We stappen in de huurauto en Michel scheurt weg. Een driebaansweg, volstrekt glad, geen ‘pothole’ te zien. Mooi heuvelachtig, heel veel groen. Overal prachtige huizen langs de weg. Dure auto’s op de weg. Airco in de auto.
De eerste indruk is dus van welvaart en luxe, georganiseerdheid en netheid. De douche bij Jackie waar we slapen heeft een werkende warme en koude kraan. Internet is weer snel. We zijn weer in de bewoonde wereld. Wat fijn.
Dan valt me op de flitsende snelweg ineens op dat er toch wel erg vaak mensen langs de weg staan, spullen verkopen. Verkopen ze ooit iets? Ze steken op gevaarlijke momenten de weg over, en zwaaien steeds om aandacht te krijgen. Het zijn vrijwel uitsluitend zwarten, of ‘colored people’, in politiek correct Engels.
Terwijl ik naar het prachtige landschap staar vanuit de auto, valt me op sommige stukken op dat er geen mooie landhuizen zijn, maar krotten. Even denk ik nog, in al mijn naiviteit, in een fraktie van een seconde aan een slecht tuinhuisje, maar die illusie is al snel voorbij als je overal mensen ziet rondlopen die duidelijk niet aan het tuinieren zijn.
Ik lees de krant die Jackie adviseert, omdat het de stem van het volk is. Het is de meest populistische krant die ik ooit gelezen heb. De voorpagina begint al over magie, dat de overledene steeds de nabestaanden belt vanuit het hiernamaals. In een land met zoveel opleidingsmogelijkheden op zo’n hoog nivo, dit soort flauwekul?
De pagina’s erna in dezelfde krant staan vol met geweldsplegingen. Moord, onthoofdingen, massa moordenaars, het gaat maar door. Veel zinnen met uitroeptekens. Bewust emotioneel geschreven artikelen. Waar is toch het goeie nieuws, waar is de ratio?
In het huisje waar we zitten doe ik ’s nachts per ongeluk de deuren niet op slot, en de stevige tralies er niet voor. De volgende dag wordt mij verteld dat dat toch niet verstandig is. Maar we zitten toch ver in de achtertuin, hier komt toch niemand? Een auto blijkt voor de deur gejat te zijn, dus toch wel.
Langzaam wordt het me duidelijk: waar in Uganda iedereen arm is, en er juist daardoor minder geweld en afgunst is, is Zuid-Afrika precies het omgekeerde: sommigen heel rijk, anderen heel arm. En ze wonen ook nog eens vlak naast elkaar. En dus afgunst, criminaliteit, onveiligheid. Zuid-Afrika, een land vol tegenstellingen zeggen ze. Het klopt. Het is hier geen Uganda, ook geen Nederland, maar lijkt toch op allebei. Dit wordt een interessante week.
Hoi Martijn,
Met veel belangstelling je logs gelezen en foto’s gezien. Ben erg benieuwd naar je echte verhalen en ervaringen. Goede reis, groet aan de anderen en tot gauw,
Harry
Harry