Hier was ik voor het laatst:

Reis naar Kalebas

Over het algemeen heb ik bij deze reis eigenlijk geen idee wat we gaan doen steeds. Omdat het programma nogal dynamisch is te noemen. Aan de ene kant omdat Be More 3 groepen van 2 mensen heeft die al 3 weken op 3 lokaties zitten, plus Michel en ik die ze proberen op te zoeken, wat logistiek en planningsmatig al een uitdaging is (lang leve de GSM en een lokale simkaart zodat je goedkoop kan bellen), aan de andere kant omdat Afrikanen er een iets andere moraal op na houden over afspraken en tijdstippen. Het werd me al snel duidelijk gemaakt dat ‘almost there’, ‘I am on my way’ rustig kan betekenen dat je nog 2 uur zit te wachten, en dat daar geen excuses voor gemaakt worden, omdat dat nou eenmaal in de cultuur zit. Ook het ‘als het god het zo gewild heeft’ is niet van de lucht als er iets mis gaat, zelfs bij vrij dramatische gebeurtenissen rondom dood en ziekte. Dat zie ik zelf overigens niet perse als iets negatiefs, want dat is als ik het goed begrijp een van de grootste culturele verschillen tussen het westen en Afrika: in het westen geloven we heilig in maakbaarheid. Overal is wel een pilletje, psycholoog, therapeut, specialist, dokter of iets anders voor, en als er in onze samenleving iets mis gaat wordt er moord en brand geschreeuwd en worden er allerlei mensen ter verantwoording geroepen. Of we daar nou echt veel gelukkiger van worden waag ik te betwijfelen. De Nederlanders die ik hier spreek zeggen allemaal dat de Afrikanen en dus Ugandezen gemiddeld genomen een stuk gelukkiger zijn dan wij, juist omdat ze het leven nemen zoals het is. Dus bij opmerkingen die ook ikzelf af en toe maak over dat wij westerlingen zo veel verder zijn dan de Afrikanen, realiseer ik me steeds weer dat ik dat wel langs de juiste meetlat moet leggen: die van organisatie, processen, luxe, financiele rijkdom, gezondheid, gezond leven, goed voedsel. Maar niet langs de meetlat van geluk, want dan verliezen we het genadeloos van de Afrikanen.

Voor vandaag staat er een trip naar Kalebas, de campsite waar Lotte en Stijn zitten, op het programma. Ik ontdek 10 minuten voor vertrek dat dat niet een uurtje of 2 rijden is, maar zeker 6 tot 7 uur stevig doorrijden. En aangezien ik gister al ontdekt heb wat voor een hel de wegen hier zijn, zowel qua verkeer als qua staat van de weg zelf, moet ik even slikken. Maar we stappen in de 4×4 jeep van Sander, en gaan op pad. Het eerste uur is de weg zelf vrij goed. Vrij goed definieer ik dan als zo’n 80 kilometer weggetje in de Nederlandse provincie, waar zelden auto’s overheen rijden. Alleen rijden hier dan wel auto’s overheen, en vrachtwagens, en fietsers, en voetgangers, en in zeer grote getalen. Ik ben er mentaal nu iets beter op voorbereid dan gisteren, bovendien heb ik nu 7 uur geslapen ipv 2, dat scheelt. Na een uurtje rijden meldt Sander, de chaffeur, dat we op de evenaar staan. Dat had ik niet eens in de gaten, dus heel spectaculair was het niet, maar toch was het wel erg bijzonder. Een nogal luxe restaurant staat er naast, dat blijkt dan ook door Amerikanen opgezet als goed doel.

Na de stop bij de evenaar besluiten we in 1 keer door te rijden, want om 5 uur wil Michel graag nog een gesprek voeren met een woordvoerder van een potentieel partnerproject van Be More. Dus vol gas door naar Kabela. Sander rijdt stevig door, maar ja, zoals gezegd geldt op de weg het recht van de sterkste, dus dat betekent dat grote bussen altijd harder gaan, al is de weg nog zo ontzettend slecht en de weg totaal niet te zien door scherpe bochten. Sander meldt dat de filosofie van de buschaffeurs is dat als je het niet kan zien, er ook niets is, dus kan je altijd inhalen, ook met een scherpe bocht in het vooruitzicht. Ik dank god, ondanks dat ik niet geloof, op mn blote knietjes dat ik in de jeep zit en niet in de bus from hell. Later realiseer ik me dat de 6 vrijwilligers allemaal wel met bussen naar hun lokaties zijn gekomen, en dat de horrorstories over de bussen nog aardig uitgekomen zijn. Stampvolle bussen (de bus vertrekt pas als ie vol is, en dat kan dus soms rustig 3 uur duren), op willekeurige momenten door politie die hun lunch nog moeten binnenhalen aangehouden worden voor een bekeuring (het schijnt dat de meeste buschaffeurs alvast zakjes met geld klaar hebben liggen zodat ze het smeergeld zo snel mogelijk kunnen betalen en door kunnen racen), kotsende mensen, babies die over andere mensen heen plassen, het is allemaal gebeurd. Voor de liefhebbers verwijs ik je graag door naar de diverse weblogs van de vrijwilligers.

Wij merken in onze stevige 4×4 jeep gelukkig weinig hiervan, en rijden in een gestaag tempo naar Kabala, waar we rond 4 uur arriveren bij een relatief luxe hostel. Michel en Lotte (zijn vriendin) zijn eindelijk weer herenigd. Met een hapje en een drankje reizen we vervolgens af naar Kalebas, de campsite, Lotte en Michel achterlatend voor het gesprek met de partner.

4 comments to Reis naar Kalebas

  • Ha Martijn,
    het werkt allemaal perfect! De mailtjes kwamen vlak na elkaar binnen, met drie weblogs, dus we zijn helemaal op de hoogte. Het klinkt toch – met alle treurnis erbij – als een avontuur, jullie reist. We lezen graag nog meer en die foto’s ach, die komen nog wel. Ik weet alleen niet of je dit wel kunt lezen, maar we sturen je ook even een smsje voor de zekerheid.
    Veel liefs,
    Nannie

  • de buurvrouwtjes

    Hee Martijn,
    wij zitten hier in de kou jouw mooie verhalen te lezen: leuk!! Gelukkig kom jij in ieder geval niets te kort qua eten ;) Hopelijk zien we snel wat foto’s! Als souvenirtje willen we allebei wel een leuk klein zwart kindje…past dat nog in je tassie?!
    Doeiiiiii!
    Janneke en Monique

  • Ha Martijn en Michel,
    OmaLien (93 jaar) laat jullie hartelijk groeten. Ze leest mee en vindt het prachtig: “Net alsof ik mee reis”.
    Nannie

  • Peter

    Hoi Martijn,
    Ik volg je verhalen op de voet hoor. Klinkt erg stoer allemaal. Bijzonder, leuk, leerzaam en je wordt er nog vrij filosofisch van ook merk ik. Geniet ervan! Peter

Leave a Reply