Michel had te horen gekregen dat verwacht werd dat hij ‘s middags een speech zou geven. Veel meer details dan dat had hij niet, wel dat het voor zeker 100 mensen zou zijn. Dus we moesten naar het feest toe. Het bleek een feest ter ere van het vijfjarig bestaan van een project in Kampala te zijn. De eerste uitdaging was te bedenken hoe we daar zouden komen. Sander had smiddags geen tijd, en bleek later nog minder tijd te hebben omdat zijn 5 jarig zoontje Bas had besloten om zelfstandig de buitenkant van z’n huis te gaan schilderen. Maar we mochten wel de 2e auto van Sander lenen, moesten we zelf rijden. Michel offerde zich op en wilde wel rijden. En dat is niet zo eenvoudig: Michel had nog minder geslapen tijdens de vlucht dan ik, het verkeer is erger dan de grootste file in hartje Amsterdam die je kan voorstellen, en bovendien is het land ooit een Engelse kolonie geweest, oftewel links rijden.
Desondanks verliep het allemaal voorspoedig na een enerverende rit, waarin ik opnieuw mijn ogen uit keek, en kwamen we aan op de feestlokatie. Tot mijn grote verassing werden we met luid gejuich ontvangen, want de ere-gasten, de Mzungu’s (blanken) waren er dan eindelijk. En dat gejuich kwam van zeker 150 kinderen. Er werd meteen plaats gemaakt, en alsof we de minister president waren werden we in de gaten gehouden, terwijl het ene optreden na het andere plaats vond voor onze ogen. En wij natuurlijk enthousiast meeklappen, ondertussen helemaal beklommen door allerlei kleine kindertjes die allemaal aan ons wilden zitten om te kijken of die blanke huid wel echt was, of toch niet stiekum een truuk. Michel hield zijn speech, en warempel, we slaagden er zelfs in om voor 6 uur daar ook weer weg te komen, onze streeftijd, ten eerste omdat we moe waren, en ten tweede omdat het om half 8 donker werd. En omdat we hier erg dicht bij de evenaar zitten betekent ‘donker worden’ bijna de lichtknop omzetten: in 10 minuten is het donker. Autorijden in het donker leek ons helemaal geen goed idee.
Het feest leverde een eigenaardig gevoel bij me op: ik werd toegejuichd, kettingen werden om mn nek gehangen, en ik werd wel 20 keer bedankt voor mn komst, terwijl ik niets had gedaan. Dit kwam puur doordat ik Nederlander ben en blank. Ik wist niet precies wat ik daarvan moest vinden, maar vond het tegelijk prachtig en ontroerend om zo dicht bij de mensen daar te mogen staan, terwijl ze mij nog totaal niet kenden. Ze bedankten mij hartelijk, en ik bedankten hun zo goed als ik hun kon om hun gastvrijheid en vriendelijkheid.
Met nog een laatste biertje op crashte ik in een van de stapelbedden om na een halve coma slaap de volgende ochtend weer ietsje fitter op te staan..
Lieve Martijn,
Ik heb hier mijn 1 woord voor: JALOERS!!!
xxxx Laura